| |
|

VC
Den Dungen
In 1956 werd Wim
Cox als pastoor van de parochie Den Dungen benoemd. In zijn seminarietijd
had hij met de volleybalsport kennisgemaakt door toedoen van de legendarische
pater Buis, de "importeur" van deze sport in Brabant. Nadat Cox zijn intrek
had genomen in de Dungense pastorie, constateerde hij al snel dat het
in het dorp eigenlijk maar een dooie boel was, want naast een gymclub,
een voetbalclub, een harmonie en de Jonge-Boerenstand was er niets. Hij
besloot daarom een volleybalclub en een dameskoor op te richten. Dit laatste
zullen we hier verder buiten beschouwing laten.
Doordat Cox voordien als kapelaan in Den Bosch had gewerkt, kende hij
daar nogal wat mensen in de sportwereld. O.a. ene Tini Langenhuizen, die
trainer was van VC Den Bosch (dat in de jaren zestig ter ziele gegaan
is). Vanwege diens organisatorische kwaliteiten verzocht pastoor Cox hem
om in Den Dungen een volleybalclub op poten te zetten.
De man deed dat met grote voortvarendheid en binnen de kortste keren had
het kersverse VC Den Dungen een groot aantal leden. Het merendeel was
waarschijnlijk meer lid uit nieuwsgierigheid naar het onbekende (en omdat
er in het dorp niks anders te doen was) dan uit interesse voor de volleybalsport.
("Je bent jong en je wilt wat.") Er werd een bestuur gekozen, pastoor
Cox werd geestelijk adviseur en Tini Langenhuizen trainer.
| Notulen van de oprichtingsvergadering. |

p. 1 |

p. 2 |

p. 3 |
Getraind werd er op woensdagavond in het gemeenschapshuis aan het Grinsel.
Daarin bevond zich destijds het enige Dungense gymnastiekzaaltje, op de
plaats van de huidige bibliotheeklokalen langs het Grinsel. Wat tegenwoordig
de ingang van de bieb is, was toen het berghok voor de turntoestellen
van gymclub OSS. Het lijkt nu onvoorstelbaar dat men daar heeft kunnen
volleyballen: het zaaltje was te smal, te kort en te laag; het zal ongeveer
16 × 7 × 4 meter geweest zijn (het veld liep tot aan de muur). Bovendien
hingen er ringen aan het plafond boven het net en touwen boven het achterveld.
Langs een zijkant stonden ook nog banken. Maar gevolleybald werd er en
gezellig was het er altijd, ook al was er geen kantine.
Na de eerste periode liep het ledenaantal wat terug, omdat voor een aantal "nieuwsgierigheidsleden" het nieuwe eraf was en volleybal toch niet bleek
wat ze zochten. Zo bleef een actieve en fanatieke kern over.
Het grootste deel van die leden bestond uit mulo- en middelbare scholieren,
een gevolg van het feit dat vooral zij in de gymlessen op school kennismaakten
met het volleybal. Dit had tot gevolg dat "de volley" in Den Dungen het
etiket "eliteclub" opgeplakt kreeg. Men had het wel eens over "die grôtkoppen
ùt 't turp en de Litserstroat".
VC Den Dungen ging onmiddellijk aan de competitie deelnemen en met redelijk
succes, want na enkele jaren bevonden de heren zich in de 1e klasse, terwijl
de dames belandden in de overgangsklasse (die nu promotieklasse heet).
Overigens, een 3e en 4e klasse waren er toen nog niet.
De kringcompetitie werd op zondagavond centraal gespeeld in de tot sporthal
omgebouwde veilinghal op de hoek van de Hekellaan en het Nachtegaalslaantje
in Den Bosch. Dames 1 speelde haar thuiswedstrijden voor de overgangsklasse
op zaterdagavond in de sportzaal bij het oude stadion De Vliert, achter
het toenmalige café van wielrenner Gerrit Schulte.
In de hal aan de Hekellaan kon het gebeuren dat een bal die je tot bijna
aan het plafond speelde, niet meer naar beneden kwam. Hij lag dan op de
verwarmingsroosters die een meter onder het dak hingen. In de loop van
de week kon je de bal bij de zaalbeheerder komen terughalen. Ook kwam
het voor dat wedstrijden afgebroken werden, omdat de spelers de laatste
bus of trein moesten halen.
Na een jaar of vier vertrok Tini Langenhuizen. Als zijn vervanger werd
Dungenaar Wim van Hintum aangezocht, die profvoetballer was bij BVV in
Den Bosch. Hoe men tot die keus kwam, is niet helemaal duidelijk, want
van volleybal wist hij niet zo veel; zijn conditietrainingen daarentegen
waren prima (zwaar dus). Nu was dat niet zo erg, omdat de volleybalsport
in tactisch opzicht - zeker op de lagere niveaus - nog op een laag pitje
stond. Maar in technisch opzicht was het peil hoog. De technieken werden
tot in den treure geoefend. Er werd veel strenger op techniek gefloten
dan tegenwoordig. Het onderhands spelen was in die eerste jaren nog onbekend.
Lage ballen werden voorover duikend of achterover rollend met de bovenhandse
techniek gespeeld. Geschaafde knieën of heupen waren dan ook heel gewoon.
Er bestond maar één spelpatroon: de ontvangen service werd naar de midvoor
gepasst, die een set-up gaf aan de links- of rechtsvoor, die dan smashte
of een tactisch balletje speelde. Zo simpel was dat. Geen switches, midaanvallen,
penetraties, staffels, schijnaanvallen, driemeterballen, rallypoint en
andere zaken zonder welke het huidige volleybal niet kan bestaan.
Ook van een warming-up en inspelen voor de wedstrijd had men nog nooit
gehoord. Elk team had één bal bij zich. De teamleden gingen in een kring
staan en hielden zich bezig door elkaar de bal toe te spelen, totdat de
scheidsrechter de wedstrijd liet beginnen.
Tegenstanders uit die tijd waren o.a. VC Den Bosch, Rewa Robots, DOS '58,
Spirit (alle in Den Bosch), Sagitta, Organon (Oss), VJC, VCV (Vught),
Quos Ego (Drunen), Gevok (St.-Michielsgestel), Ever Ready (Vlijmen) en
OJC (Rosmalen). In plaatsen als Schijndel, Berlicum, Heeswijk, Geffen,
Heesch, Veghel en Liempde had men toen nog nooit van volleybal gehoord.
Elke club had elk jaar zijn eigen buitentoernooi. Die toernooien werden
druk bezocht en waren uiterst gezellig. Iedereen kende namelijk iedereen
in het volleybalwereldje en er was verder nog niet veel vertier op zondag.
Bovendien was er 's avonds altijd bal na; dikke pret dus in het discoloze
tijdperk. Omdat auto's nog een luxe vervoermiddel waren, vond het vervoer
steevast per fiets of brommer plaats.
Ook VC Den Dungen had jaarlijks een toernooi, dat in de loop der jaren
op verschillende locaties verspeeld is: het voetbalveld aan de Paterstraat,
de speelplaats van de oude Jozefschool (op de tegels dus!), het veld waar
later sportzaal 't Schotsveld stond.
De rivaliteit tussen de clubs was groot. Zo werd er bij wedstrijden tegen
Gevok altijd gevolleybald alsof het leven ervan afhing. Dat waren wat
je noemt echte streekderby's.
| Toernooi op de voetbalvelden aan de Paterstraat. |
|
|
|
|
|
Ook toen al had men de gewoonte om bij Huub den Boer te vergaderen. Dat
gebeurde in de kamer die later tot restaurant verbouwd is. Het bestuur
nam altijd plaats voor de grote, ouderwetse schouw die zich daar bevond.
Er is ook wel eens vergaderd in de toenmalige huiskamer (nu slijterij)
van Huub den Boer!
Een heel belangrijk agendapunt was altijd nr. 3 (na opening en notulen):
het woordje van de geestelijk adviseur. Als zodanig traden achtereenvolgens
op: pastoor Cox, kapelaan Van der Meijden, pater Hovens en (toen nog)
kapelaan Van Beurden.
Het verloop binnen het bestuur was erg groot. Het merendeel van de leden
heeft wel eens een of meer bestuursfuncties vervuld.
Trainer Van Hintum werd al snel vervangen door ene Hans Reijs, afkomstig
uit OSS-kringen. Na korte tijd werd zijn plaats ingenomen door Jaap de
Volder uit Berlicum.
Inmiddels was de vloer van het gymzaaltje aan het Grinsel zo versleten,
dat er niet meer getraind kon worden. Gelukkig werden in die tijd de lokalen
van de oude kleuterschool verbouwd tot Domus Nostra (tegenwoordig de zaal
van de Blauwe Scholk). Maar voordat VC Den Dungen daar haar intrek kon
nemen, moest de club een winterhalfjaar naar Den Bosch uitwijken. Op de
fiets of met de brommer gingen de leden door sneeuw en vrieskou naar de
Damianenschool aldaar. In deze periode bleek dat het niet meevalt om met
halfbevroren vingers te volleyballen.
Maar Domus Nostra kwam gereed en nadat er haken in de muren waren bevestigd
(die later regelmatig losraakten), was het mogelijk om er een volleybalnet
te spannen. Zodoende kon men er op vrijdagavond gaan trainen. Tenminste,
als door de leden met vereende krachten eerst de stoelen en tafels vanuit
de zaal op het "toneel" (podium) geplaatst waren. Na de training moest
dat meubilair weer keurig terug op zijn plaats gezet worden (een verplichting
in het huurcontract!); conditietraining genoeg dus. Omkleden deed men
op het toneel achter de gordijnen.
In deze periode werd een merkwaardig, inmiddels weer in vergetelheid geraakt
fenomeen geboren: het "rundjen-um-de-kèrk" vrijdagsavonds na de training.
Daarbij ging het erom wie in gestrekte draf het snelst het parkoers Litserstraat-Rijckevorselstraat-Godschalkstraat-Grinsel
aflegde. Ter afwisseling werd ook wel eens een "rundjen-um-den-dijk" gelopen:
Donksestraat-Keerdijk-Bosscheweg. De dorst werd vervolgens steevast gelest
in het café van Huub den Boer. Dat gebeurde bezweet en wel in trainingspak,
want douches waren er niet in Domus Nostra.
In de periode rond en na het tienjarig bestaan hadden veel van
de oorspronkelijke leden vanwege studie, werk of verhuizing de club vaarwel
gezegd. Er bleef een zeer jeugdig ledenbestand over, maar toch wisten
de jongedames zich nog steeds in de overgangsklasse te handhaven. Op den
duur waren er nauwelijks nog seniorleden. Henk Schel en Ad Vercruijsse
(beiden 18 jaar) namen resp. de heren- en de damestraining op zich. De
situatie werd zo erg dat omstreeks 1968 nog slechts een bestuur kon worden
gevormd met mensen van 15 tot 18 jaar, zonder enige ervaring op dit gebied.
In 1970 wordt door het bestuur een begroting voor het nieuwe seizoen gemaakt. Daaruit
blijkt dat er een financieel tekort van zo'n duizend gulden dreigt te
ontstaan; in die tijd voor een sportvereniging een enorm bedrag. De gemeente
wil zich alleen garant stellen als de club door extra donateursacties
en andere activiteiten het tekort zoveel mogelijk tracht te verkleinen.
Het jeugdige, onervaren bestuur ziet met de circa veertig
meest zeer jonge, schoolgaande leden geen mogelijkheden om zulke acties op te zetten.
Als er ook van de kant van de Jeugdraad (een later opgeheven overkoepelend
orgaan van de gemeente) geen steun komt, valt helaas het doek voor VC
Den Dungen. Per 15-08-1970 wordt de vereniging opgeheven. Als belangrijkste oorzaken worden aangegeven:
versnippering van de benodigde zalen;
verhoogde zaalhuren;
verhoging van de NeVoBo-contributie;
hoge reiskosten;
trainersonkosten.
|
|